‘Maatwerkonderwijs vraagt om ruimte en ondernemerschap’

Het was een interessante en diepgaande uitwisseling op 23 september in Woerden over onderwijs op maat en wat daarvoor nodig is. De kennissessie van Switch en Heliview bracht ‘soortgenoten’ uit het onderwijs bij elkaar; bevlogen directieleden en (voormalig) docenten met liefde voor onderwijsinnovatie. En bevlogen was het.

Wat betekent maatwerkonderwijs eigenlijk? Gaat dit over individualisering, met ieder kind een eigen leerroute, of over overal en altijd kunnen leren? Of gaat het over het volgen en inzichtelijk maken van waar elke leerling staat? En wil je maatwerk introduceren voor de hele schoolloopbaan of per vak? Kortom: de term maatwerk roept vragen op.

Deelnemers aan de sessie denken dat voor iedere leerling geïndividualiseerd onderwijs praktisch onmogelijk is – al volgen ze initiatieven als Agora met nieuwsgierigheid. Vooralsnog gaat het eerder om het aanbod gedifferentieerd genoeg maken. ‘Hoe kun je binnen een les een optimum aan differentiatiemogelijkheden bieden en hoe is ICT ondersteunend hierin?’ Projectonderwijs (met 20/30 procent minder tijd voor de vakken) lijkt een mooie eerste stap. Deelnemers zijn het er verder over eens dat niet alleen de cognitieve kant maar ook de sociaal-emotionele kant binnen maatwerkonderwijs aan bod moet komen.

Het begint met een visie

Om de kaders te bepalen van maatwerkonderwijs is het belangrijk dat je als school een visie ontwikkelt op kwalitatief en doelmatig onderwijs. Een deelnemer vertelt hoe belangrijk het is om hierin directie, ontwikkelaars en docenten – en niet te vergeten leerlingen en ouders – mee te nemen om te zorgen voor draagvlak. Iedereen moet daarbij trachten de eigen gedachten over wat wel en niet kan los te laten.

Te vaak bepaalt ook het rooster nog de onderwijsvisie. ‘Roostertechnisch is maatwerkonderwijs een uitdaging die je niet met de functionaliteiten van Magister oplost.’

Om vanuit de visie stappen te maken naar maatwerkonderwijs kun je grofweg stellen dat het gaat om ruimte maken en ondernemerschap.

 

Ruimte maken voor maatwerk

Binnen het schoolsysteem zijn er allerlei factoren waardoor er te weinig ruimte is voor maatwerk. Bijvoorbeeld: het huidige onderwijs is veelal gericht op groepen. Hoe ga je om met de verhouding tussen de groep en het individu om maatwerk mogelijk te maken? Een ander voorbeeld: leerdoelen, het centraal schriftelijk eindexamen (CSE), leerlingenaantallen en wet- en regelgeving vertalen zich in geld en belemmeren de mogelijkheid om wending te creëren. En ten slotte: maatwerk bieden vraagt in veel gevallen ook om meer zelfregulatie van kinderen. ‘We moeten kinderen laten ontdekken welke behoeften ze hebben, zodat ze zelf weten wat ze willen leren en welke vaardigheden ze daarvoor nodig hebben.’ Ouders meekrijgen is soms ook lastig.

Toch zijn deelnemers positief over de ontwikkelingen. De sleutel voor alle veranderingen, menen zij, ligt bij de docenten.

De docent als procesbegeleider

De relatie tussen de docent en een leerling bepaalt sterk of en hoe gemotiveerd een leerling is. Docenten zouden bij het ontwikkelen van maatwerkonderwijs meer en meer coach en procesbegeleider moeten zijn, maar hebben hun handen vaak vol aan differentiatie. Ze moeten daarom ruimte krijgen en voelen om anders te werken, om ondernemend te zijn. Ze moeten het vertrouwen van de schoolleiding krijgen, ook als de resultaten tegenvallen. Wanneer dat niet zo is, is het lastig om in beweging te komen.

Niet alleen leerlingen, maar ook docenten moeten ondernemend, onderzoekend en ontwerpend leren. Lang niet alle docenten zijn echter even enthousiast over nieuwe manieren van lesgeven of zijn digitaal vaardig genoeg. Of ze willen wel, maar weten niet hoe. ‘Neem hen mee, in de hoop dat hun vuurtje aanwakkert.’ Door persoonlijke gesprekken, maar ook door samenwerken en taken verdelen in teams. Dit laatste maakt dat niet elke docent in dezelfde mate hoeft bij te dragen aan nieuwe ontwikkelingen. De één gaat graag met filmpjes aan de slag, de ander blijft liever klassiek lesgeven. Het voordeel van teams vormen is ook dat de beleving van werkdruk vermindert en dat mensen elkaar aanspreken op hun gedrag en taakverdeling. Bovendien kunnen ze van elkaar leren. Trainingen tussen docenten onderling blijken goed aan te slaan. In coronatijd werd er bijvoorbeeld op sommige plekken samen teruggekeken naar online lessen om ervan te leren. Deelnemers aan de kennissessie horen ook enthousiaste geluiden over het online nascholingsprogramma E-WISE.

Het is ook nodig om te kijken naar de nog vaak traditionele docentenopleidingen; ze bieden wel vakdidactiek, maar vakinnovatie ervaren beginnende docenten alleen als ze op een juiste school terecht komen. ‘En wanneer een vakgroep zegt “wij doen het hier zo” werkt dat remmend op het enthousiasme van jonge docenten.’

Durven ondernemen

Experimenteren, bijvoorbeeld met projectonderwijs, is lastig omdat de effecten op het kennisniveau pas na vijf of zes jaar zichtbaar zijn. Toch geldt: voor maatwerkonderwijs moet je stappen nemen. Durven dromen, durven ondernemen en durven experimenteren. ‘Onderwijsinnovatie vraagt om risico. Natuurlijk gaat er weleens iets fout, maar dat gebeurt ook in een conventionele setting.’ Bij experimenteren gaat het om keuzes maken en bijsturen als het nodig is. Varen op zicht. ‘Je moet er wel echt voor gaan en na afloop evalueren.’ Experimenten kunnen plaatsvinden op allerlei gebied; van klassen waar vaklessen worden losgelaten tot het aanbieden van buitenschoolse lessen en leerervaringen. ‘Liever een metaalverwerkingsbedrijf dan LEGO.’ Ook de innovatievraag van docenten moet gevoed worden. Met traditionele middelen als vaktijdschriften en beurzen, maar ook door een innovatielab op school of gastsprekers van andere scholen.

ICT als belangrijke tool

ICT is ondersteunend aan de visie. De deelnemers zien zeker een meerwaarde: even een filmpje kijken op YouTube kan een leerling net andere inzichten (en een andere leerstijl) bieden dan hij in de les hoort. En een programma als Xedule geeft een leerling de mogelijkheid om aan zijn of haar eigen leerdoelen te werken. Deelnemers zien ook veel kansen voor ICT bij preteaching. De belangrijkste voorwaarde is: ICT moet werken. Hierbij is ‘het ontsluiten van digitale leermiddelen geen feestje.’ Sowieso zijn de kosten van deze middelen hoog; veel scholen ontwikkelen deze middelen daarom zelf. Hiervoor zijn digitale vaardigheden en tijd onontbeerlijk.

Leren van de coronacrisis

De coronacrisis geeft ons een doorkijkje naar maatwerkonderwijs. De crisis laat zien dat er meer mogelijk is dan iedereen dacht, en maakte duidelijk hoeveel ondernemerschap er in onderwijsland aanwezig is. Natuurlijk brengt de crisis ook moeilijkheden aan het licht. Onderwijs op afstand vereist bijvoorbeeld een hoog competentieniveau van een team. Sommige leerlingen vinden school op afstand prettig, anderen voelen zich eenzaam en hebben moeite met zichzelf organiseren. Ook blijkt dat cognitieve vaardigheden overdragen op afstand wel te doen is, maar dat het sociaal-emotionele aspect lastiger is. Al werden ook daarvoor oplossingen gevonden: ‘Even tien minuten inbellen om te vragen hoe het is.’

Ten slotte

Voor maatwerk is een goede definitie nodig en een visie op doelmatig onderwijs. Om de weg vervolgens vrij te maken voor meer innovatie gaat het vooral om ruimte scheppen. Daarvoor kun je onder meer kijken naar de mindset en vaardigheden van docenten en leerlingen en naar keuzes rond leermiddelen. Als de conclusie is dat onderwijs op maat niet zonder devices kan, dan moet dit ook gefaciliteerd worden. In de vorm van training van docenten rond digivaardigheid, maar ook in de beschikbaarheid en bekostiging van devices voor leerlingen en de keuzes en betaalbaarheid van digitale leermiddelen.

 

De juiste mindset en vaardigheden van docenten en de mogelijkheden van ICT zijn belangrijke componenten om het ‘innovatievliegwiel’ dat we nodig hebben te laten draaien. Corona maakt duidelijk dat er soms een incident nodig is om beweging te creëren. Nu alles weer normaler wordt, is het zaak om niet terug in het systeem te vallen. Een deelnemer: ‘Je moet vragen aan docenten: wat wil je doorzetten?’

De aanwezigen hebben behoefte aan meer onderlinge verbinding en samenwerking, onder meer om met de VO-raad in gesprek te gaan. Bijvoorbeeld over leerdoelen, het verplichte CSE, de leerlingenaantallen en de hieraan verbonden gelden, de monopoliepositie van de uitgeverijen en de hoge kosten die dit meebrengt. Deelnemers willen graag ‘een Spotifymodel’ voor digitale leermiddelen, maar uitgevers voelen daar niet voor. De Rijksoverheid zou hierin moeten sturen.